|
WindmolensKleine windmolens en de wind die ze zouden moeten vangen.
Overal waar een (kleine) windmolen geplaatst wordt zijn er factoren die de opbrengst beperken. Een van de belangrijkste is de ruwheid factor. De wind blijft als het ware plakken aan objecten, er ontstaan wervelingen (draaiwinden) die de energie uit de wind omgezet in beweging en/of vervormingen van objecten zoals bomen, gebouwen en heuvels. Ook treden er verdichtingen van de lucht op of omgekeerd onderdruk. Deze schommelingen en wervelingen zorgen in de praktijk (bebouwde omgeving) voor een onrustige loop van de molen. Dit resulteert in een minderopbrengst, soms meer dan de helft van de opbrengst in een optimale situatie. Dit mag voor de ambtenaar geen argument zijn voor weigering van de vergunning.
De ene molen is de ander niet, dus de opbrengst van typen molens verschillen sterk in dezelfde situaties.
Pagina: 1
|
|
|
|